Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Week 4

Behandelvoorbehoud Europees anti-dumping voorstel

Op dinsdag 24 januari stemt de Kamer over het plaatsen van een behandelvoorbehoud op een voorstel van de Europese Commissie over anti-dumping. Het behandelvoorbehoud is bedoeld om nadere informatieafspraken te maken over de wijze waarop de Kamer over de onderhandelingen in Brussel wordt geïnformeerd. Het voorstel betreft een wijziging van de manier waarop de Commissie berekent of er sprake is van dumping van producten op de Europese markt door derde landen, die lid zijn van de WTO maar geen markteconomie kennen. Tot nu toe wordt dumping berekend door de prijs van een product dat wordt geëxporteerd naar de EU te vergelijken met de binnenlandse prijs in het exporterende land. Maar deze binnenlandse prijs kan door overheidsinmenging kunstmatig laag worden gehouden. Daarom wil de Commissie voortaan gebruik maken van prijzen in vergelijkbare landen bij anti-dumping onderzoeken.

De Kamer heeft de modernisering van het Europees Handelsdefensief instrumentarium, waar dit voorstel onderdeel van uitmaakt, aangemerkt als prioriteit. De commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vindt de verordening van dusdanig belang, dat zij een behandelvoorbehoud wil plaatsen. Hiervoor wordt een speciaal algemeen overleg behandelvoorbehoud gepland, dat waarschijnlijk begin februari zal plaatsvinden. Aan de agenda van dit algemeen overleg wordt ook een brief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toegevoegd waarin kort geschetst wordt welke vervolgstappen genomen worden om het handelsdefensief instrumentarium van de Europese Commissie te moderniseren.

Week 7

Kamer wil afspraken met kabinet over Europees antidumping-voorstel

Op donderdag 16 februari debatteren de woordvoerders Buitenlandse Handel met minister Ploumen over een voorstel van de Europese Commissie over antidumping. De Kamer heeft op dit dossier een behandelvoorbehoud geplaatst. Dat betekent dat tijdens het AO nadere afspraken zullen worden gemaakt over de wijze waarop de Kamer over de onderhandelingen in Brussel wordt geïnformeerd.

Het voorstel betreft een wijziging van de manier waarop de Commissie berekent of er sprake is van dumping van producten op de Europese markt door derde landen, die lid zijn van de WTO en een markteconomie kennen. Er is sprake van dumping wanneer een leverancier uit een niet-EU-land goederen invoert tegen een prijs die lager ligt dan de prijs op zijn eigen thuismarkt. De Europese Commissie kan op deze producten antidumpingrechten heffen om op die manier te voorkomen dat de dumping de industrie van de Unie schade berokkent. De kwestie is actueel geworden nu er debat is ontstaan of China, dat sinds 2001 lid is van de WTO, de status van markteconomie moet krijgen.

Week 8

China en anti-dumping

De woordvoerders Buitenlandse Handel hebben tot donderdag 23 februari de tijd om minister Ploumen schriftelijk te bevragen over haar inzet bij de informele Handelsraad in Malta op 3 maart aanstaande. Tijdens deze bijeenkomst zal onder andere gesproken worden over de antidumpingverordening, waarop de Kamer een behandelvoorbehoud heeft geplaatst. Verder zal de stand van zaken van diverse handelsakkoorden aan bod komen. Afgelopen week keurde het Europees Parlement het veelbesproken handelsakkoord met Canada goed, CETA. Dit zal naar verwachting in april in werking treden. Omdat CETA een zogenaamd gemengd akkoord is, moeten alle nationale parlementen van de lidstaten het verdrag ratificeren.  

Week 19

Handelsraad over anti-dumping en WTO

Op dinsdagmiddag 9 mei spreken de woordvoerders Buitenlandse Handel met minister Ploumen over haar inzet bij de komende Handelsraad op 11 mei. Op de agenda staat onder andere het voorstel van de commissie om de methodologie aan te passen waarmee antidumpingmaatregelen worden berekend. Dit is nodig volgens de Commissie om passende maatregelen te nemen tegen China, dat sinds eind vorig jaar de status van markteconomie heeft gekregen van de WTO. De Tweede Kamer heeft op dit voorstel een behandelvoorbehoud geplaatst. Ook wordt de ministeriële conferentie van de WTO eind dit jaar voorbereid en zal er gesproken worden over de implementatie van bestaande handelsakkoorden en de voortgang van de onderhandelingen over lopende akkoorden.

Week 20

Herziening Europese ontwikkelingssamenwerkingsbeleid

De herziening van de EU Consensus on Development zal onderwerp van gesprek zijn tijdens de Raad van ministers voor Ontwikkelingssamenwerking. Met de herziening wordt het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU in lijn wordt gebracht met de Werelddoelen die zijn afgesproken in het kader van de Agenda 2030. Ook zal de Raad spreken over de voorbereiding van de EU-Afrika Top die op 29 en 30 november in Ivoorkust wordt gehouden. Mede in dat kader zal ook gesproken worden over de inzet van de EU met betrekking tot een hernieuwde samenwerkingsovereenkomst met de ACS-landen na afloop van het Cotonou-verdrag in 2020. Daarnaast zal het beleid van de EU inzake migratie en ontwikkeling en in het bijzonder de stand van zaken met betrekking tot de migratiepartnerschappen die de EU wil sluiten met landen in Noord- en Sub-Sahara Afrika, een belangrijk onderwerp vormen op de agenda van de Raad. De Raad vindt 19 mei aanstaande plaats.

Week 22

Gevolgen TTIP

Op 1 juni aanstaande staat het plenair debat gepland over de gevolgen van TTIP, het vrijhandelsakkoord tussen de VS en de EU. De onderhandelingen hierover, die in 2014 zijn gestart, liggen sinds het aantreden van president Trump stil. Mochten deze alsnog worden hervat, is het zeer waarschijnlijk dat nationale parlementen het verdrag moeten ratificeren voor het formeel in werking kan treden. Op verzoek van de Europese Commissie heeft het Europees Hof op 16 mei jongstleden op deze vraag een advies uitgebracht, met het handelsverdrag tussen de EU en Singapore als concrete casus. Het Hof oordeelt dat investeringsbescherming een bevoegdheid is van de nationale lidstaten en dat handelsakkoorden die hierover een hoofdstuk bevatten, zoals in TTIP de bedoeling is, geratificeerd moeten worden door alle 38 kamers van nationale parlementen binnen de EU.

Week 36

Relatie EU & Afrika en Duurzame Ontwikkeling centraal tijdens debat met minister Ploumen

Op 6 september bespreekt de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het Europees Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid met minister Ploumen.

Naast de inzet voor de informele OS-Raad op 11 september in Tallinn, staan de uitkomsten van de Raad van afgelopen mei op de agenda, toen een akkoord is bereikt over de implementatie van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties in Europa.

Verder zal onder meer worden gesproken over de EU-Afrikatop in November en de samenwerking met derde landen op het gebied van migratiebeheer.

Week 39

Gesprek Pierre Marc Johnson

Op donderdag 28 september spreken de leden van de commissie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking met Pierre Marc Johnson, hoofdonderhandelaar CETA voor de provincie Québec, Canada. Het besloten gesprek biedt Kamerleden de mogelijkheid om vragen te stellen en zorgen te uiten over het vrijhandelsakkoord met Canada.

Op 30 oktober 2016 is het handelsverdrag tussen de EU en Canada (CETA) ondertekend door de Canadese premier Justin Trudeau, de Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, de EU-president Donald Tusk en de toenmalige EU-voorzitter premier Robert Fico van Slowakije. Het Europees Parlement stemde op 15 februari 2017 in. CETA is een zogenaamd gemengd akkoord. Dit betekent dat alle nationale parlementen het verdrag moeten ratificeren omdat het naast exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie ook onderdelen bevat die tot nationale bevoegdheden van de lidstaten behoren. Er wordt verwacht dat het nog enkele maanden kan duren voordat Canada en de 28 Europese lidstaten het verdrag geratificeerd hebben.

Daarom hebben de Canadese premier, Justin Trudeau, en de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, in de marge van de G20 Top van juli 2017 afgesproken dat het verdrag al “voorlopig” in werking treedt op 21 september 2017. In Nederland is het verdrag nog niet ter goedkeuring aan het parlement voorgelegd. Naar verwachting zal dit binnen enkele maanden gebeuren. De commissie BuHA-OS zal dan bepalen hoe het voorstel wordt behandeld.